ONTDEK DE ELEKTRISCHE GARANTIE
ONTDEK JOUW ELEKTRISCHE GARANTIE
DUUR VAN DE FABRIEKSGARANTIE OP DE HOOGVOLT‑BATTERIJ
DUUR VAN DE FABRIEKSGARANTIE OP DE HOOGVOLT‑BATTERIJ
De hoogvolt‑batterij wordt gegarandeerd, afhankelijk van de door de klant aangekochte uitvoering, tot 8 jaar of 160.000 km voor alle Jeep®‑modellen. Tijdens deze fabrieksgarantie verbindt de fabrikant zich ertoe de hoogvolt‑batterij kosteloos te repareren of te vervangen indien er sprake is van fabricagefouten of wanneer de laadcapaciteit onder de 70% daalt.
Vervanging gebeurt met een nieuwe of gereviseerde, gecertificeerde batterij met een laadcapaciteit die minimaal gelijk is aan die van de batterij vóór het defect, zodat een capaciteit van minimaal 70% behouden blijft.
Bij de nieuwe Jeep® Avenger Full‑Electric is het voertuig uitgerust met een elektromotor die wordt gevoed door een lithium‑ion hoogvolt‑batterij.
LAADVERMOGEN VAN DE HOOGVOLT‑BATTERIJ
De mate waarin de laadcapaciteit van de batterij afneemt, is afhankelijk van externe factoren (zoals buitentemperatuur) en gebruiksomstandigheden, bijvoorbeeld rijgedrag en laadmethoden. Deze worden nader omschreven in het Gebruiks‑ en onderhoudsboekje, hier beschikbaar:
Dit is een normale eigenschap van lithium‑ion batterijen en wordt niet beschouwd als een fabricagefout, tenzij de laadcapaciteit van de batterij vóór één van de onderstaande momenten onder de 72% zakt:
i) het verstrijken van het 8e jaar, of
ii) het bereiken van 160.000 km, gerekend vanaf de afleverdatum van de nieuwe Jeep® Avenger Full‑Electric, afhankelijk van wat het eerst wordt bereikt.
VOORWAARDEN EN BEPERKINGEN VAN DE FABRIEKSGARANTIE OP DE HOOGVOLT‑BATTERIJ
De fabrieksgarantie vervalt in de volgende gevallen:
• Het niet naleven van de laadprocedures zoals beschreven in het Gebruiks‑ en onderhoudsboekje
• Gebruik van laadapparatuur die niet voldoet aan de specificaties in het Gebruiks‑ en onderhoudsboekje
• Het niet volgen van de waarschuwingen en voorzorgsmaatregelen uit het Gebruiks‑ en onderhoudsboekje (*)
• Defecten aan andere onderdelen van de elektrische aandrijflijn nadat de garantie van 24 maanden / onbeperkt kilometrage is verlopen
• Wijziging of demontage van het voertuig door derden buiten het erkende servicenetwerk
• Reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden die niet volgens de instructies van de fabrikant zijn uitgevoerd
• Het niet uitvoeren van voorgeschreven onderhoud
• Schade als gevolg van diefstal, ongevallen, oneigenlijk gebruik, deelname aan sportwedstrijden, reparaties met niet‑originele of niet‑gelijkwaardige onderdelen, of verergering van schade door verder gebruik van het voertuig bij een gemelde storing
(*) WAARSCHUWINGEN EN VOORZORGSMAATREGELEN
1. Laad niet op bij een buitentemperatuur van –30°C of lager, aangezien het laden langer kan duren en de laadapparatuur beschadigd kan raken.
2. Laat het voertuig of de laadkabel niet achter bij temperaturen onder –40°C.
3. Bij vorst kan de laadkabel stug worden; vermijd overmatige kracht.
4. Gebruik geen stroomaggregaten.
5. Laad niet via beschadigde of niet‑geschikte stopcontacten of laadkabels.
6. Vermijd langdurig een accuniveau rond nul.
7. Wacht niet tot de batterij vrijwel leeg is alvorens op te laden.
8. Bij een hoge of lage accutemperatuur kan het laden langer duren.
9. Zet het voertuig altijd uit vóór het laden (START op STOP).
10. De veiligheid en geschiktheid van de thuisinstallatie valt onder verantwoordelijkheid van de klant.
11. Sluit de laadkabel niet aan als er stof of water aanwezig is.
12. Stop onmiddellijk met laden bij ongewone verschijnselen (geur, rook, etc.).
13. Vervang de laadkabel als de mantel beschadigd is.
14. Trek bij aansluiten of loskoppelen nooit aan de kabel zelf.
15. Gebruik geen adapters, verlengsnoeren of stekkerdozen tijdens het laden.
16. Gebruik uitsluitend de door de fabrikant geleverde Mode 2‑laadkabel.
17. Raak laadconnectoren niet aan met natte handen.
18. Laad niet als connector of stekker nat is.
19. Laad niet bij slechte weersomstandigheden (bijv. onweer).
20. Gebruik geen chemicaliën of oplosmiddelen.
21. Gebruik uitsluitend goedgekeurde laders.
22. Vermijd langdurige blootstelling van de laadkabel aan zonlicht.
23. Gebruik geen beschadigde laadkabels.
24. Ontkoppel nooit tijdens het laden; stop eerst het laadproces.
25. Laad de hoogvolt‑batterij uitsluitend volgens toegestane stroomsterktes en lokale regelgeving.